Eikenhakhout terug in Gaasterland
In het najaar van 2005 is SBNL gestart op verschillende locaties in Gaasterland met de uitvoering van werkzaamheden aan bosranden. Deze werkzaamheden maken deel uit van het zogenaamde Eikenhakhoutproject en zijn bedoeld om de natuurwaarde in het gebied te verhogen. SBNL voert dit project uit, in nauwe samenwerking met Bosk en Greide.
De werkzaamheden: minder erg dan het lijkt
In de periode september 2005 tot maart 2006 heeft aannemersbedrijf Empatec NV langs een aantal bosranden in Gaasterland het hakhoutbeheer uitgevoerd. Dat beheer bestond uit het afzagen van bomen en struiken langs de bosranden. Dit lijkt een drastische ingreep. Het gevolg is echter dat hierdoor oude stobben weer zullen uitlopen en er ruimte ontstaat voor jonge, nieuwe bomen en struiken waarin allerlei insecten en vogels zich thuis voelen. Ook de das zal zo’n bosrand eerder opzoeken voor voedsel en beschutting. Ze hoeft kleinere afstanden af te leggen voor voedsel. Dat zal de kans overreden te worden, aanzienlijk verkleinen. Dit zal zeker een positief effect hebben op de unieke dassenpopulatie in Gaasterland.
Door de bosranden gefaseerd in tijd af te zagen en smalle en brede delen met elkaar af te wisselen, vormt zich een geleidelijke en gevarieerde overgang tussen bos en weiland of akker.
Daarnaast zal de Amerikaanse vogelkers, ook wel ‘bospest’genoemd, drastisch worden aangepakt. Deze uitheemse boomsoort overwoekert veel bosranden in Gaasterland. Ze zal worden verwijderd en vervangen door inheemse, streekeigen struik- en boomsoorten.
Vroeger: eekwinning en kachelhout
Hakhoutbeheer komt van oudsher al in Gaasterland voor. Het diende oorspronkelijk vooral
de mens. Tussen 1830 en 1920 kapten de bewoners om de tien tot vijftien jaar het eikenhout. Uit de bast van de gekapte stammetjes werd eek gewonnen, een stof die destijds nodig was om leer te kunnen looien. Het hout werd gebruikt om kachels en ovens mee te stoken, onder andere die van de bakkers. De teelt van eikenhakhout was in Gaasterland decennia lang een belangrijke bron van inkomsten, maar is inmiddels vrijwel verdwenen.
Deze manier van oogsten uit de natuur, bleek uiteindelijk ook de natuur zelf ten goede te komen. Het gevarieerde patroon van net gekapte houtakkers en de wat oudere eikenbosjes trok veel dieren aan.
Toekomst: herstel van Eikenhakhout
In de jaren twintig werd een chemische stof ontdekt om leer te looien. Door de opkomst van gas en olie was het hout niet langer meer de belangrijkste brandstof. Daarmee verloor het eikenhakhout in Gaasterland haar economische nut.
Veel hakhoutbossen zijn in deze periode uitgegroeid tot gewoon bos. De manshoge struikvegetaties waarin veel dieren leefden, verdwenen. Er ontstonden scherpe overgangen tussen het bos en de tussenliggende weilanden en akkers.
Met het Eikenhakhoutproject moet de oorspronkelijke hoge natuurwaarde in de bosranden weer terugkomen. Bomen die van cultuurhistorische waarden zijn, krijgen weer een zichtbare plek. Zoals de noemerboom. Deze bomen waren vroeger genummerd, om zo de eikenhakhoutpercelen aan te geven. Die waren dan gemakkelijker terug te vinden bij de oogstwerkzaamheden.

