BIJZONDER RIETMOERAS IN POLDER BIJ UBBERGEN
De aanhouder wint. Bijna vijftien jaar zette Hans Maertens zich als particulier grondeigenaar in voor een uniek natuurontwikkelingsproject. Nu is in de Ooijpolder bij Ubbergen een bijzonder rietmoeras hersteld: ’t Zwanenbroekje. Een el dorado voor moerasvogels. Ook de Rode Geus runderen, dassen, vissen en anderen hebben hier hun thuishaven, foerageergebied of transferium gevonden.

’t Zwanenbroekje ligt in de historische uiterwaarden van de Waal aan de voet van de stuwwal Nijmegen – Kleef. Het is het laagste punt van de Ooijpolder. In vroeger tijden lag hier een rietmoeras, waarvan in het gebied nog enkele rietrestanten aanwezig waren. Al in 1994 kwam het plan om 5 hectare landbouwgrond om te vormen tot een particulier natuurterrein en dit natuurterrein uit te breiden. Uit dat idee groeide het natuurontwikkelingsplan voor een robuuste ecologische verbinding; een stapsteen voor vogels en zoogdieren die via tunnels onder de rijksweg door, van de stuwwal naar de polder trekken en omgekeerd. Primair is dit rietmoeras, een leefgebied voor kritische moerasvogels, maar het is eveneens gunstig voor andere soortgroepen. Bovendien levert het project een bijdrage aan de waterberging in de Ooijpolder.
Particulier initiatief
Het project is een puur particulier initiatief, waar als een soort ‘zwaan kleef aan’ andere partijen zich achter schaarden: de provincie, het waterschap, Stichting DOEN, de gemeente, LNV, Vogelbescherming Nederland, IVN Rijk vanNijmegen en ARK Natuurontwikkeling. Zij financierden mede het project en vrijwilligers staken de handen uit de mouwen om te helpen. SBNL werd ingeschakeld om zijn landbouwgrond om te vormen naar natuur en om aangrenzende grond van BBL te kunnen verwerven, het inrichtingsplan te maken, draagkracht voor het project te ontwikkelen, financiers te vinden en te komen tot uitvoering van het project. Het inrichtingsplan kwam tot stand met inbreng van vele partijen, waarbij het enthousiasme groeide naarmate het project vorderde.
Aan de slag
Eind 2008 ging de aannemer aan de slag met het herstel van het rietmoeras. Uiteindelijk groef hij acht hectare grond gemiddeld een halve meter af. De vrijgekomen grond werd gebruikt om nabij gelegen percelen op te hogen. Door de ontgravingen kunnen in het gebied aanwezige rietrestanten zich in de ondiepe waterplassen uitbreiden.

Tegelijk met de werkzaamheden voor het rietmoeras werden aan de zuidkant van het gebied natuurvriendelijke oevers gegraven. Dwars daarop verbreedde de aannemer de vroegere sloten tot plas-dras gebieden.
Stapsteen voor de das
Vlakbij de faunatunnel onder de verkeersweg kwam een bult zand te liggen. De bedoeling is deze in te richten als vluchtburcht voor dassen. Nadat in het binnenste een kamer is aangelegd, bereikbaar via pijpen, en de bult is afgedekt met kleigrond, komen er doornstruiken op de berg te staan.
Stapsteen voor vissen en amfibieën
Het zeer schone water uit de bronnen op de stuwwal, dat voorheen in het riool verdween, stroomt nu via duikers onder de weg naar het gebied en van daaruit via moeraszones naar de watergang ‘het Meer’. Het Waterschap Rivierenland legde in het kader van het “Waterwerkt” project, vistrappen aan zodat trekvissen vanaf de Waal de bovenloop van de beken kunnen bereiken. Er zijn poelen en waterpartijen gegraven voor amfibieën en andere waterbewoners. De oever langs het Meer is zodanig ingericht dat vogels en vissen er makkelijk kunnen schuilen en/of paaien. Vooruitlopend op de werkzaamheden is in het voorjaar 2008 een begin gemaakt met jaarrondbegrazing met een kleine kudde Rode Geus runderen.
De diverse doelstellingen van het project zijn:
Eerste resultaten
De eerste resultaten waren al kort na het uitvoeren van het werk zichtbaar. In de ondiepe waterplassen, die op termijn dicht zullen groeien met riet, werden direct na aanleg al baardmannetjes en waterrallen waargenomen. Kieviten kozen de eilandjes als overnachtingsplaats. Allemaal tekenen dat het gebied zeer in trek is bij de vogels.

